|
Een ding is zeker: de fiscaliteit van de levensverzekering is een complex gegeven! Er zijn levensverzekeringen mét en zonder fiscaal attest en mét en zonder fiscaal voordeel.
Zowel de premies als het uitgekeerde kapitaal zijn onderhevig aan belastingen. Op de premies van levensverzekeringen is sinds 1 januari 2006 een belasting ingevoerd. Deze taks bedraagt 1,1%. Natuurlijke personen die in België wonen zijn deze belasting verschuldigd voor nieuwe én lopende contracten, zowel voor de tak 21-producten als de tak 23-producten. Enkel de bijdragen aan een levensverzekering, gesloten in het kader van pensioensparen, zijn van deze taks vrijgesteld. Ook buitenlandse verzekeraars moeten deze belasting inhouden en doorstorten aan de Belgische fiscus. Op het opgebouwde kapitaal wordt eveneens een belasting geheven. Doorgaans wordt wanneer u 60 wordt, 10% ingehouden op de spaarreserve via de gewaarborgde rentevoet. De winstdeelname is belastingvrij. Sluit u na uw 55e een polis af, dan wordt de belasting pas na tien jaar ingehouden. Dit geldt dan als de definitieve eindbelasting; daarna zijn er geen taksen meer verschuldigd, zelfs niet op het moment dat u uw kapitaal opvraagt. Door nog premies te storten na de inhouding van de belasting (in principe op uw 60e) kunt u echter nog altijd genieten van belastingvermindering, ook in de periode dat u niet meer belast wordt.
Om het sparen voor een aanvullend pensioen aan te moedigen, voorziet de fiscus een aantal fiscale stimuli maar die gelden vooralsnog enkel voor de tak 21 -verzekeringen. Een tak 21-verzekering geeft recht op belastingaftrek (30 à 40% van de premie) terwijl een beleggingsproduct (tak 23-verzekering) dit belastingvoordeel niet geniet. Indien een product als een levensverzekering wordt verkocht, maar achteraf een beleggingsformule blijkt te zijn, kan dit verstrekkende gevolgen hebben: de verzekerde verliest het belastingvoordeel en de belastingaangifte is foutief ingevuld met eventuele boetes als gevolg. Sluit u een gemengde levensverzekering af, dan kunt u opteren voor belastingaftrek in het kader van langetermijn- of pensioensparen. Er moet echter wel aan aantal criteria worden voldaan: De levensverzekering mag niet voor de pensioenleeftijd van 65 jaar worden uitgekeerd; U moet een minimaal aantal premies hebben betaald aan een Belgische verzekeringsmaatschappij of een Belgische afdeling van een buitenlandse verzekeraar; De begunstigde bij leven moet altijd de verzekeringnemer zelf zijn; Er is een beperking op het bedrag dat u mag aftrekken van uw belastbaar inkomen (voor 2008 werd dit bedrag vastgesteld op 1990 euro per persoon).
Zoals gezegd is de belastingaftrek een recht en geen plicht. Aan u de keuze of u er al dan niet van gebruikmaakt; beide mogelijkheden bieden namelijk fiscale voordelen: U hebt geen enkele keer de premie in mindering gebracht van uw belastbaar inkomen: in dat geval wordt u bij de uitkering van het kapitaal niet belast; U hebt de premie wel van uw belastbaar inkomen afgetrokken: in dat geval zal de fiscus doorgaans een gedeelte inhouden van het totaal verzekerd kapitaal; meestal wanneer u 60 jaar wordt. Op dat moment zal de fiscus de bevrijdende taks op het langetermijnsparen heffen. De winstdeelname is daarentegen nooit belastbaar.
Daarnaast geldt ook nog een fiscale regeling bij afkoop of opname van het kapitaal. Over deze regeling wordt gedetailleerd besproken bij de rubriek ‘kosten’.
-> Volgende: Voorbeeldfactuur levensverzekering |